Van de wieg tot het graf verzorgd

Carla Kessler

De vraag van dit hoofdstuk had beter ‘Wat maakt een leven vol zorg zo duur?’ kunnen luiden. ‘Van de wieg tot het graf verzorgd’, zei Bert Haanstra al in zijn film Alleman over het leven in Nederland. In de jaren zestig toen deze film gemaakt werd, was een wieg nog een wieg en geen hypermoderne couveuse waarin men premature kinderen reeds vanaf 22 weken probeert te laten overleven. Vrouwen waren in blijde verwachting en hoefden zich niet na zes weken overtijd naar het ziekenhuis te spoeden voor een bloedtest en diverse echo’s. Het graf werd toentertijd dikwijls bereikt na een heftige, maar kortstondige ziekte en als je heel veel geluk had, werd je tachtig jaar.
In 2013 werden mannen in Nederland gemiddeld 79,4 jaar oud en vrouwen 83 jaar, en dit gemiddelde stijgt ieder jaar met een paar cijfers achter de komma. Polder laat zien dat de meeste zorgkosten gemaakt worden in de laatste levensfase van een mens en dat we met zijn allen dagelijks tien miljoen euro per uur aan zorg uitgeven.
Dit enorme bedrag is volgens een aantal auteurs in dit hoofdstuk voor een groot deel te wijten aan de farmaceutische industrie. Buiter meldt dat de farmacie, samen met software, de meest winstgevende business ter wereld is. Ligt hierin dan de oplossing dat de farmaceutische industrie doordrongen wordt van het feit dat het immoreel is om over de rug van doodzieke mensen veel geld te verdienen, zoals Levi stelt?
Ook Van der Hoeven geeft op de titelvraag van dit cahier een heel duidelijk antwoord, dat volgens hem de meeste mensen zullen geven: een mensenleven is namelijk alles waard voor de betrokkenen zelf. Iedereen heeft er alles voor over om zijn kostbare leven of dat van zijn dierbare te behouden.
In Nederland heeft de patiënt recht op de beste behandeling volgens de wet en ook artsen zullen hun patiënten het beste willen bieden, zonder te kijken naar de kosten. Wat de beste behandeling is wordt getoetst door het Zorginstituut Nederland (ZIN). Nomen est omen, want misschien moet men zich ook afvragen wanneer een behandeling of screening nog zin heeft. Wat is alles, wat is het beste en wat is de zin? Dit zijn drie filosofische vragen die volgens mij als pijlers onder de hele zorgkostendiscussie staan. Eén zekerheid hebben we in ieder geval, om met Keizer te spreken: ‘het sterftepercentage van een mens is 100 procent’.

Reageer

Reacties