Solidariteit: een toverwoord?

Mariëtte van den Hoven

Bij het onderwerp van dit cahier struikelen we over heel veel verschillende ethische discussies. De vragen lopen ook nogal eens door elkaar heen. Daarom is het belangrijk om er systematiek in aan te brengen, om te voorkomen dat we door de bomen het bos niet meer zien.
Enkele observaties van mijn kant. Dat we het over de waarde van een mensenleven moeten hebben, en niet over de kosten of keuzes in de zorg en behandeling, is een overhaaste conclusie. Terecht wijzen verschillende auteurs erop dat het niet om kiezen in de spreekkamer moet gaan, maar over de vraag hoeveel budget we willen besteden aan zorg. Vervolgens is de vraag hoe we dat verdelen over cure en care, over bepaalde diagnostische interventies, preventie en zorg. Uiteindelijk komt de individuele patiënt wel in beeld (hoeveel wordt aan hem of haar besteed?), maar pas nadat al heel wat keuzes zijn gemaakt. De patiënt is geen startpunt in de discussie.
Een tweede observatie is dat geen enkel criterium voor toewijzen of verdelen normatief neutraal is. De Beaufort stelt dat ‘effectiviteit’ misschien nog wel het gemakkelijkste criterium is, maar ook dat is normatief. De keuze dat een behandeling moet werken, en dat die werkzaamheid alleen volgens bepaalde criteria vastgesteld kan worden, veronderstelt al het een en ander. Zo kan het zijn dat een behandeling buiten die kaders valt, maar door patiënt en arts wel als zinvol wordt beschouwd, toch buiten de boot valt. Een voorbeeld hiervan is psychoanalytische therapie. Zo is ook de vraag wat zinvol is, normatief; het drukt een waardeoordeel uit. En wiens oordeel geeft de doorslag: van de patiënt die er last van heeft, de arts, de samenleving?
Een derde observatie is dat naarmate we zorg in termen van ‘geld’ proberen uit te drukken, we meer afstand nemen en daarmee ook ons beeld van de patiënt instrumentaliseren. De Beaufort wijst terecht op het ‘morele vizier’-effect: we veroordelen de patiënt als lastig, mondig, veeleisend, maar een patiënt is iemand met een probleem, die niet voor zijn lol hulp zoekt. Het zou goed zijn ons beeld van patiënten te nuanceren.
Tot slot, solidariteit is een soort containerbegrip waar we allemaal wel iets bij kunnen bedenken, maar dat in de zorg te algemeen blijft. Zijn we solidair omdat wij het goed hebben en anderen dikke pech? Dat is meer een vorm van liefdadigheid. We kunnen ook solidair zijn omdat we weten dat elk van de groep getroffen kan worden, en dat daarom diegenen die het treft, ondersteuning nodig hebben door de anderen. Een het-zou-mij-ook-kunnen-gebeurenversie. Of, een derde variant: ik zou ook geholpen willen worden als het mij overkwam (dat heet wederkerigheid of ‘reciprociteit’).
In de discussie over zorgkosten is het een goed idee om te bedenken welke vorm van solidariteit door mensen omarmd kan worden of welk ander begrip dat goed zou kunnen vervangen. Solidariteit is geen toverwoord dat de zorg bij elkaar houdt; dat kan alleen als mensen in de samenleving er ook achter leren staan, en dus ook weten wat ermee bedoeld wordt.

Reageer

Reacties