Ongelijkheid in de spreekkamer

Carlo Leget

In onze tijd wordt grote waarde gehecht aan de gedachte dat de keuzevrijheid van patiënten zoveel mogelijk gerespecteerd moet worden. Patiënten moeten centraal staan, aan het stuur en het roer draaien, copiloot zijn, noem maar op. We zien dat overal terug: van de keuzevrijheid voor zorgverzekeringen tot die in de spreekkamer. Een vraag die zelden gesteld wordt, is echter in hoeverre patiënten uit de voeten kunnen met deze centrale rol. Zo lijkt de vrije keuze voor zorgverzekeringen een groot goed, totdat je erachter komt hoe complex het is om ze te vergelijken. Wie internet bezoekt, moet appels met peren gaan vergelijken, en dan nog heb je geen enkel idee wat er aan ziektes op je afkomt in de toekomst.
Die keuzevrijheid wordt volgens mij nogal eens te simplistisch voorgesteld. Daarbij spelen drie denkfouten een rol. De eerste heeft te maken met de wijze waarop mensen keuzes maken. Wanneer de dokter moet beslissen of een behandeling nog zinvol is, gaat het over werkzaamheid van een middel. Hij of zij maakt een inschatting op basis van beschikbaar onderzoek. En dan wordt ergens een afkappunt gekozen. Dat is in beginsel een rationele keuze.
Patiënten hebben niet een dergelijk afkappunt dat gebaseerd is op onderzoek. Ze hebben hun eigen leven waar zich ze meer of minder goed in thuis voelen, de touwtjes in handen hebben, over nagedacht hebben. En wat dan blijkt, is dat mensen de belangrijkste keuzes in hun leven (een huis kopen, een partner kiezen) helemaal niet zo rationeel maken. Daar speelt het onbewuste een oneindig veel grotere rol dan bij de keuze voor een koffiezetapparaat of een televisie.
De tweede denkfout betreft de positie van de patiënt. Deze wordt nog ingewikkelder wanneer we beseffen dat dit keuzeproces bovendien gaat over onvergelijkbare grootheden. Hoe moet je een afweging maken waarin je je levensduur afzet tegen je welbevinden? En dat in een proces waarin je verwachtingen en grenzen schuiven en je rekening wilt houden met de levens van partner en kinderen? En hoe doe je dit in het aangezicht van iets ongrijpbaars als de dood, dat per definitie buiten het rationele denken valt?
De derde denkfout is het idee dat het om een enkele keuze van een individu op een specifiek moment zou gaan. Maar ingrijpende levenskeuzes zijn altijd het product van een geleidelijk proces waarin vele andere stemmen een rol spelen, tegen de horizon van geleefde en niet geleefde voorkeuren en waarden. Levenskeuzes hebben tijd nodig en rijpen op hun eigen tempo. Het gaat om de zin en betekenis van het leven als geheel. In die rijping is een grote ongelijkheid tussen patiënten.
De ongelijkheid in de spreekkamer is dus zowel een ongelijkheid tussen arts en patiënt (en familie), als een ongelijkheid tussen patiënten onderling. Goede communicatie en tijd kunnen veel goed doen. Maar we moeten blijven nadenken hoe we dichter bij de werkelijkheid kunnen komen van de vele patiënten die plots de hoofdrol moeten gaan spelen in een klassieke tragedie die ze niet gewild hebben, laat staan dat ze er klaar voor zijn.

Reageer

Reacties